Lifestyle

Etiquette tijdens het kerstdiner: zo heurt het eigenlijk

xmas dinner 1

Waarschijnlijk heb je hem allang in je bezit: de uitnodiging voor het kerstdinertje bij je (schoon)familie. Wees eens eerlijk: het vooruitzicht op hopelijk heerlijk eten en gezelligheid is fijn. Maar je hebt vast een hoop twijfels en vragen omtrent de manieren waarop je je heurt te gedragen. Daarom zetten we een aantal tips op een rijtje om je door de avond heen te loodsen. Dit doen we op basis van het Blauwe Boekje, dé stijlgids over manieren, eten, drinken en kleding.

Dilemma 1: ‘Wat neem ik mee?’

Je goede humeur! Volgens het Blauwe Boekje heb je namelijk maar één duidelijke taak als gast, namelijk prettig gezelschap zijn. Dat betekent: aandacht hebben voor iedereen die is uitgenodigd en actief deelnemen aan de conversaties. (Hier komen we later op terug.) We hopen daarom van harte dat jouw (schoon)ouders een beetje gezellig zijn, zodat je niet de neiging hebt om al vóór de derde gang ergens onder de tafel te gaan zitten met een fles wijn. (Ook hier komen we nog op terug.)

Behalve een opgewekte stemming is het ook attent om een aardigheidje voor de gastvrouw mee te nemen. Volgens het Blauwe Boekje neem je een persoonlijk cadeau mee, waar je aandacht aan hebt besteed. Kom dus niet met een afgezaagd presentje als een envelopje met geld aan, maar gebruik je fantasie een beetje. Zelfgebakken koekjes bijvoorbeeld, bonbons van de patisserie, een mooie fles gin-tonic of een goed boek.

No-go’s? Kies niet voor een ingewikkeld boeket bloemen waar de host eerst nog een half uur mee bezig is om ze in een vaas te zetten. Een fles wijn wordt volgens het Blauwe Boekje ook afgeraden als cadeau, want hiermee kun je de host het idee geven dat jij hem of haar niet in staat acht om de gasten een goede wijn te serveren.

Dilemma 2: ‘Wat trek ik aan?’

De horror: in jolige kerstrui en spijkerbroek komen aanzetten terwijl de rest in smoking is. Iets wat je kunt voorkomen door je naar de dresscode te kleden. Dit zijn de meest voorkomende kledingvoorschriften voor mannen:

Black tie

Zoals de naam doet vermoeden, is dit een zwart of héél donkerblauw kostuum. Hierbij draag je een wit overhemd, een nette pantalon (zonder lusjes voor de riem en een omslag bij de broekspijpen) en zwarte lakschoenen. Uiteraard vergeet je je vlinderdas niet.

White tie

Héél formele dresscode, waarbij je een rokkostuum draagt. Dat betekent onder andere een jasje met lange achterpanden, een bijpassende nette pantalon, lakschoenen en, heel belangrijk, de afwezigheid van een horloge.

Tenue de ville

Informelere dresscode, waarbij je voor een effen blauw, grijs of zwart (linnen) pak kiest, of voor een gestreept dessin. Je kiest voor een overhemd in een lichtere tint dan je kostuum, en een stropdas is verplicht.

Smart casual

Een casual outfit met een net randje. Denk aan een chino met een mooi overhemd, samen met een goed colbert en brogues bijvoorbeeld.

Vage dresscode of geen dresscode?

Soms is de dresscode met termen als ‘feestelijk’ vaag, of is de dresscode helemaal niet bekend. Vraag de gastheer of gastvrouw of er kledingvoorschriften zijn. In alle gevallen is het dan tóch leuk – en tevens een vorm van respect naar de host – om je best te doen op je outfit. Bovendien levert het ook mooiere foto’s op als iedereen er leuk uitziet. Trek niet zomaar je jolige kersttrui aan dus, maar hijs je in je knappe pak!

Dilemma 3: ‘Wat moet ik zeggen?’

Zoals eerder gezegd is een goed humeur een must. Is het niet gezellig, dan zul je volgens het Blauwe Boekje toch echt even moeten doorbijten en er het beste van maken. Dus ook wanneer je volgens de tafelschikking naast die collega moet zitten met wie je niet zoveel hebt, of wanneer je je ongemakkelijke tante tegenover je hebt. (Hopelijk vindt er later nog een stoelenwissel plaats.) Leg je smartphone dus even weg en mingle erop los. Zoek naar raakvlakken. Die vind je doorgaans niet door een hevige politieke discussie aan te zwengelen of naar oude jeugdtrauma’s te vragen, maar door veilige en luchtige onderwerpen als vakanties, sporten, hobby’s en het gezinsleven aan te stippen. Verlopen de gesprekken stroef? Dan kun je deze vragen stellen om een interessante en sprankelende conversatie op gang te brengen:

  • Stel: je wordt morgen wakker en je beschikt over een kwaliteit, talent of eigenschap die je voorheen nog niet had. Welke zou dat zijn?
  • Wat is jouw favoriete muzieknummer of favoriete film dat de meeste mensen niet kennen?
  • Stel: je mag wie ook ter wereld uitkiezen als gast voor het avondeten. Wie zou dat dan zijn?
  • Wat is een hobby die je altijd zou willen proberen?
  • Als je dat zou kunnen, hoe zou jij de wereld veranderen?

Dilemma 4: ‘Hoe eet ik netjes?’

Hier volgt een korte spoedcursus beschaafd eten tijdens het kerstdiner. Neem pas iets te eten als de gastheer of gastvrouw iets heeft geroepen in de trant van ‘Tast toe!’ Ook neem je pas een slokje wanneer de gastvrouw een toost heeft uitgebracht. Natuurlijk pak je je vork en mes erbij tijdens het eten, en werk je met je bestek van binnen naar buiten. Neem kleine happen en neem daarbij als leidraad de hoeveelheid die binnen je vork past. Zo kun je én genieten van je eten, én ook nog deelnemen aan de conversatie. Uiteraard open je pas je mond om iets te zeggen wanneer je je eten hebt doorgeslikt. Neem ook pas een slok van je drankje wanneer je je mond leeg hebt.

Let erop dat je het eettempo van de meeste anderen aanhoudt. Na vijf minuten alles al achter de kiezen hebben terwijl de rest nog aan het eten is, is niet zo gezellig. Je mag overigens zoveel eten op je bord leggen zoals je zelf wil. Maar doe tijdens het opscheppen niet alsof je een week geen eten hebt gehad. Schep dus niet alle schalen en pannen leeg, ook al is die aardappelpuree nóg zo lekker. Het kan natuurlijk ook zijn dat je het eten juist niet zo lekker vindt. Je hoeft het eten dan niet tegen je wil op te eten, maar neem dan in elk geval wel een hapje uit beleefdheid voor de gastheer of gastvrouw. Wordt er een gerecht geserveerd waar jij acuut een allergische reactie van krijgt, zoals iets met noten? Dat mag je het gerecht uiteraard weigeren.

Zo eet je:

  • Soep: Lepel de soep op de lepel en haal deze over de binnenrand van je bord, van je af. Blaas de soep niet koud, maar wacht even tot deze is afgekoeld, of neem kleine hapjes.
  • Vlees op bot: Zet je vork zo dicht mogelijk op het bot, en snijd vervolgens voorzichtig plakken af. Hetzelfde doe je bij gevogelte.
  • Aardappelen: Weersta de verleiding om ze te prakken, en er een kilo mayonaise of ketchup overheen te gooien. Hetzelfde geldt voor eigenlijk al het andere voedsel. Snijden mag uiteraard wel, maar eet alles zoveel mogelijk in de staat waarin het wordt geserveerd.
  • Vis: Snijd in op de middengraat en schuif de zijgraten weg met het (vis)mesje. Vervolgens werk je vanaf de middengraat onder de filet: til met een vismes het vlees van de vis op en leg apart. 

Dilemma 5: ‘Hoe ga ik om met de drank?’

Je hoeft de avond echt niet sober door te brengen. Maar de situatie dat je lallend aan een kroonluchter hangt, dien je te voorkomen. Want hoewel jij je zelf de volgende dag misschien niets meer van je dronken escapades herinnert, doen je collega’s dat waarschijnlijk wel…

Maar het kan in je voordeel werken, een paar drankjes nemen – en dan in het bijzonder wijn. Je kunt namelijk je tafelgenoten versteld laten staan van je wijnproeftechniek! Wat houdt deze in? Pak het glas bij de steel. Nu ‘wals’ je de wijn om de smaken (het boeket) op gang te laten komen. Je doet dat door je glas zachtjes te roteren en de wijn te laten draaien. Doe dit niet te lang en te overdreven. Nu is het tijd om een slok wijn te nemen. Spoel de wijn goed door je mond, zodat het goedje je hele tong bereikt. Nu ga je nadenken over wat je proeft. Trek hierbij ook een bedachtzaam gezicht, en ga na of de wijn droog of zoet is, jong of oud, of zuur of bitter. Herken je bijvoorbeeld iets fruitigs, zoals appel, citroen of rode bessen? Of merk je bijvoorbeeld een hint van vanille, honing of eh, stro? En hoe is de body van de wijn: zacht en soepel, of juist wat zwaarder en romiger? Let op: je hoeft de wijn niet uit te spugen, je mag gewoon doorslikken. Je beoordeelt namelijk ook de afdronk – hoe de wijn in de keel smaakt. Deel nu je analyse met je tafelgenoten en zeg zoiets als ‘Een intens boeket met een rijk smakenpalet van citroen en melisse en veel body. Dit doet me sterk denken aan de Vijfde Symfonie van Beethoven.’

Er zit nog niets in je winkelmandje.