In gesprek met Peter Pannekoek


Cabaretier en klant bij House of Einstein.

“Ik zie er graag goed uit. Ik heb alleen geen zin om er belachelijk veel tijd in te steken.”

Voor 12.00 uur ’s morgens moet je hem niet wakker maken en van een slechte recensie kan hij helemaal van de kaart raken. Hoewel het optreden van Peter Pannekoek (30) in De wereld draait door voor veel mensen vaste prik was op vrijdagavond, is er nog veel wat we niet weten over deze comedian.

De meeste mensen kennen je van je optredens bij De wereld draait door, maar hoe is je carrière gestart? 

“Ik ben eigenlijk gewoon op het podium gaan staan. Je kunt ook eerst een opleiding doen, de Kleinkunstacademie bijvoorbeeld. Maar daar leer je ook toneel en dans, terwijl ik alleen komedie wilde doen. Ik vond het zonde om maar een klein deel van m’n schooltijd te besteden aan wat ik echt wilde, dus ben ik gaan optreden in Amsterdam. Al redelijk snel werd ik opgepikt door een management. Mijn carrière is echt gaan lopen toen ik werd gevraagd auditie te doen bij Comedytrain. Dat is een collectief van allemaal mensen die ik goed vind: Daniël Arends, Theo Maassen. Daardoor werd het professioneel, was ik geen amateur meer. Ik zit er nog steeds bij.”

Ondanks dat je al op jonge leeftijd op het podium stond, ben je wel afgestudeerd. Je hebt zelfs twee studies gedaan: economie & bedrijfskunde en media & cultuur.

“Ik ben niet afgestudeerd. Ik twijfelde heel even of ik dit wel moest zeggen, of ik dit gerucht niet gewoon in leven kan laten, maar nee.”

Waarom ben je die opleidingen gaan doen?

“Ik wilde graag studeren, maar ik wist niet precies wat. Ik doe graag dingen waar ik goed in ben en ik was goed in economie, dus ik dacht: ik ga economie & bedrijfskunde doen. Maar dat was toch wat anders dan ik op de middelbare school gewend was. Media & cultuur leek me ook leuk, maar ik vond het een redelijke non-studie. Ik wil niemand beledigen, maar het is toch een beetje films kijken voor punten.”

Hoe ben je bij DWDD terechtgekomen?   

“Ooit bedacht de redactie: we willen de week afsluiten met een comedian. Daarvoor vroegen ze mij, samen met Pieter Derks en Martijn Koning. Ik heb daar ‘nee’ tegen gezegd, want ik vond het te vroeg in mijn carrière. Maar toen zag ik het succes van Pieter en dacht ik: ik heb de grootste fout van m’n leven gemaakt. Als ik een junk word en ik beland in de goot is die ‘nee’ het moment waaraan ik terugdenk en waarvan ik zeg: mijn leven had heel anders kunnen lopen. Maar Pieter kon een keer niet en ik mocht voor hem invallen, waarna ze me hebben gevraagd om wekelijks te komen optreden.”

Op een gegeven moment ben je gestopt bij DWDD. Wat dat jouw eigen keus?   

“Ja, ik vond het mooi geweest na twee jaar. Misschien zij ook wel hoor, dat weet ik niet. Maar ik geloof wel dat je soms ergens mee moet stoppen, ook al werkt het heel goed. Je moet het moment dat je bij het meubilair hoort voor zijn. En ik dacht ook: ik kan geen publiek meer winnen. Mensen die me leuk vinden gaan me per week toch iets minder leuk vinden, want ze kennen je inmiddels wel. En mensen die me al twee jaar kut vinden, gaan echt niet na twee jaar denken: oh, maar nu vind ik ‘m opeens wel leuk.”

Je staat nu in het theater met je voorstelling Zacht van binnen. Hoe ziet een gemiddelde dag eruit? 

“Ik sta om 12.00, 13.00 uur op. Ik ben een nachtmens, ik haat ochtenden. Dat is misschien ook wel een van de redenen dat ik dit werk ben gaan doen. Dat ik niet elke dag een pak aan hoef en dat ik de ochtenden kan overslaan. Ik vind de ochtend idioot, ik begrijp niet wat mensen ‘s ochtends doen. Je hebt altijd de ávond van je leven, nooit de óchtend van je leven. Maar goed, ik sta dus om 12.00 uur op. Vaak ga ik achter mijn computer zitten, krant lezen, een beetje werken, het liefst ’s middags even kickboksen, en dan naar het theater. Rond 15.00 uur vertrek ik met de trein, zodat ik daar om 17.00 uur ben. Ik eet eerst wat, ik wil niet uitbuiken op het podium. Daarna spreek ik alles door met m’n technicus, we doen een soundcheck, ik bereid me voor op het optreden. Na afloop doe ik nog een drankje met het publiek in de foyer, de technicus bouwt af, en dan rijden we terug. Meestal ben ik om 0.30 uur thuis, en dan begint eigenlijk mijn dag. Mails beantwoorden, beetje werken, een serie kijken. Om 5.00, 5.30 uur ga ik naar bed.”

Voel jij jezelf een ondernemer? 

Na lang nadenken: “Nou, ik voel wel dat ik mezelf in de markt moet zetten. Dus dat ik nadenk over de vraag hoe ik publiek in mijn zaal krijg. Maar of mij dat een ondernemer maakt?”

Ja, ik denk het wel. Je verkoopt een product.   

“Ja, alleen: zo bewust… Dat is weer typisch het cabaretwereldje: dat voelt onmiddellijk fout. Maar ja, in principe ben ik daar wel mee bezig. Laat ik het zo zeggen: ik wil dat ook jonge mensen naar het theater kunnen. Ik zal daarom nooit berekenen: welke prijs kan ik vragen totdat mensen afhaken? Ik zal eerder berekenen: welke prijs kan ik vragen zodat meer mensen áánhaken? Ook dat is vast heel commercieel, maar ik kan dat beter verkopen aan mijn ziel.”

Kun je van de kaart raken als je een slechte recensie krijgt? 

“Ja. Veel artiesten zijn daar heel relaxed in: ‘Ah joh, de volgende dag verkopen ze de vis erin.’ Waanzin. Het is namelijk niet alsof je een slechte evaluatie krijgt op je werk, je voorstelling is wie jij bént. Ik probeer wel te denken: oh, maar dat is die en die krant, met die en die mening. Maar het raakt me veel meer dan ik zou willen.”

Maar je gaat er niet tegenin. 

“Nou ja, ik verzin wel altijd plannen. Mijn huidige voorstelling heeft heel veel sterren gekregen, maar de Volkskrant gaf een slechte recensie. Ja, ik kan daar heel cool over doen, maar ik trek dat slecht. Ik volgde die man daarna ook, las al zijn recensies. Ik ben er toen achter gekomen dat diegene totaal niet mijn smaak heeft. En toch trek ik het niet. Mijn plan was – en dat was geen serieus plan, hoor: ik spring van een gebouw met zijn recensie in mijn hand. Dat iedereen dan zou zeggen: je hebt ‘m dood geschreven. Hoe dúrf je?”

Hoe belangrijk is kleding voor jou?

“Nou kijk, ik haat winkelen. Ik werd gek bij het idee dat ik wekelijks moest gaan winkelen om maar iets nieuws aan te hebben tijdens mijn optredens bij De wereld draait door. Dus had ik een stylist. Niet dat hij zei: ‘Deze week doe je dit aan, volgende week dat.’ Maar hij gaf me wel een zooi kleding mee en dan bepaalde ik zelf wat ik droeg. Dus ik vind het niet zo belangrijk, maar tegelijkertijd zie ik er graag goed uit. Ik heb alleen geen zin om er belachelijk veel tijd in te steken.”

Wat werkt voor jou het beste qua looks op het podium? 

“In comedyclubs moet je kleding niet te veel afleiden. Geen drukke teksten ofzo, gewoon een beetje plain. En voor mijn voorstelling heb ik speciaal iets laten maken wat bij mijn voorstelling hoort.”

Waarom zou jij gebruikmaken van de service van House of Einstein?

“Omdat ik echt een bloedhekel heb aan winkelen. Ik durf ook de waarheid niet te zeggen. Winkelverkopers hebben een soort attitude alsof ze het zelf hebben gemaakt, ze kunnen niet tegen afwijzing. Dus het is een combinatie van het gemak – vaak weet ik het zelf gewoon niet – en stiekem denk ik ook dat ik eigenlijk wel wat trendier gekleed wil gaan dan ik nu doe. Ik denk dat ik wat laffer ben in mijn keus dan wanneer iemand anders zegt: dit is trendy, draag dit. En ik vind het ook wel fijn om van iemand te horen of iets mij staat of niet.”

“Ik ben eigenlijk gewoon op het podium gaan staan.”

Peter Pannekoek klant bij House of Einstein Lees alle verhalen van onze klanten